Direct online oefenen! Meer dan 2500 opgaven! Gratis Proeftesten!
Direct oefenen

Page content

Capaciteitentest

Een capaciteitentest is een tijdgebonden test met meerkeuzevragen waarvan er maar één antwoord juist is. Je score wordt vergeleken met een normgroep om een individuele uitspraak te kunnen doen. Dus ten opzichte van de representatieve normgroep scoor je onder gemiddeld, gemiddeld of boven gemiddeld. Dit is vaak het onderdeel waarop streng wordt geselecteerd en waar kandidaten het meest zenuwachtig voor zijn. Voor bepaalde posities geldt dat je om door te mogen minimaal een academisch werk –en denkniveau moet hebben volgens de capaciteitentest.

Er bestaan erg veel typen opgaven, veelal zijn ze onder te verdelen in de domeinen numeriek, abstract en verbaal. Opgaven met cijfers (bijvoorbeeld cijferreeksen, redactiesommen, rekenvaardigheid) behoren tot het numerieke intelligentiedomein. Opgaven met figuren (bijvoorbeeld figurenreeksen of matrix opgaven) behoren tot het abstracte intelligentiedomein. Opgaven die talig van aard zijn (bijvoorbeeld syllogismen en analogieën) behoren tot het verbale en logisch redeneren intelligentiedomein. Bovenstaande opgaven worden in bijna elk assessment (95% opgenomen).

Hoe los ik een capaciteitentest goed op?
Aangezien het om meerkeuzevragen gaat kun je op verschillende manieren tot je antwoord komen.

  • ‘Working backward’ strategie: Door naar de gegeven antwoordalternatieven te kijken ga je terug redeneren om na te gaan welk antwoord goed is.
  • ‘Working forward’ strategie: Hiermee probeer je zonder de alternatieven te bekijken tot een antwoord te komen en kijk je of dit antwoord tussen de alternatieven staat.

Voor relatief eenvoudige opgaven (cijferreeksen en figurenreeksen) kun je in eerste instantie gebruik maken van een ‘working forward’ strategie. Worden de opgaven moeilijker, zoals bij dubbele analogieën, dan val je vaak terug op de ‘working backward’ strategie. De beste manier is om zoveel mogelijk bekend te raken met de drie intelligentiedomeinen en de opgaven die daarbij horen. Deze bekendheid betekent dat je principes van opgaven sneller doorziet en sneller tot het goede antwoord kan komen. Belangrijk is om ook altijd te bekijken hoeveel tijd je hebt en uit hoeveel opgaven de test bestaat. Zo heb je een grove indicatie en voel je aan, als je bijvoorbeeld 3 minuten bij één opgave blijft hangen, dat dit te lang is.

Wel of niet gokken?
Ja, vaak loont het om wel te gokken. Ondanks dat er wel tests zijn waar gecorrigeerd wordt voor gokken, gebeurt dit bij de meeste tests niet. Het is immers niet makkelijk vast te stellen of iets een gok is en bovendien is het te verdedigen dat elk antwoord een gok is, met een bepaalde zekerheid. Gok niet alle opgaven aan het eind van de test, maar probeer 3 of 4 met een ‘educated guess’ op te lossen. Denk dan bijvoorbeeld aan het snel wegstrepen van foute antwoorden, zodat je gok al wat meer richting heeft.

Lage/ tegenvallende score…wat nu?
Er kunnen verschillende verklaringen zijn voor een lage score. De allerbelangrijkste reden is in onze optiek onvoldoende voorbereiding. Het niet goede lezen van de instructie. Door spanning en snel willen beginnen wordt de instructie niet gelezen, maar snel geïnterpreteerd. “Ik dacht dat ik maar één figuur hoefde aan te geven en niet twee”. Lage stressbestendigheid en faalangst kunnen zorgen voor een lagere score. Stress zorgt voor een vernauwde blik en je ziet letterlijk minder dan wanneer je ontspannen bent. Onzorgvuldig werken omdat je als doel hebt gesteld om alle opgaven van een antwoord te voorzien i.p.v. opgaven juist op te lossen. Te lang blijven hangen bij een bepaalde opgave. Je wil om de oplossing te vinden resulteert in te veel tijd besteden aan één opgave waardoor je weinig opgaven kunt beantwoorden en een lagere kans hebt op een goede score. Cognitieve fixatie zorgt ervoor dat je één beslissingsregel hanteert (die je goed begrijpt) en hierdoor deze regel ook toepast als er geen sprake van is. Andere verklaringen kunnen zijn: afname van je concentratievermogen door stress of vermoeidheid, of continue twijfel over gegeven antwoorden. Een goed antwoord wordt nog eens nagelopen waardoor je veel tijd verliest aan een opgave die je al goed had beantwoord.