Direct online oefenen! Meer dan 2500 opgaven! Gratis Proeftesten!
Direct oefenen

Page content

Extra informatie over het interview

Welke soorten interviews zijn er?
Er worden veel verschillende termen gehanteerd voor interviews en elke expert voegt zijn eigen terminologie toe. Het belangrijkste van een interview in een assessment setting is dat alle vragen criteriumgericht zijn. Dit betekent dat het antwoord bijdraagt aan de vraag of iemand geschikt is voor de functie. Ruwweg zijn er drie soorten interviews te onderscheiden. 1. Het functiegerichte interview. Hierbij wordt er hoofdzakelijk doorgevraagd op gedrag uit het verleden dat relevant is voor de functie. Veel staat al in het cv, maar de interviewer is met name geïnteresseerd in je eigen antwoorden. 2. Het situationele interview. De vragen gaan met name over gedrag dat je in het verleden hebt vertoond. In de regel gaat het dan om communicatieve en leidinggevende vaardigheden. Je merkt, er is overlap met het functiegerichte interview, maar een verschil is dat het situationele interview ook om situaties kan gaan die geheel los staan van functies of werk en toch veel zeggen over je toekomstige functioneren. 3. Het psychologisch interview. Je raadt het al, bij dit interview gaat het direct over jezelf. Het hoeft niet meteen duidelijk te zijn wat de interviewer van plan is met bepaalde vragen. Veelal gaat het om ingrijpende gebeurtenissen die je hebt meegemaakt en die jou gevormd hebben.

Welke onderwerpen komen allemaal aan bod?
De inhoud van het interview hangt natuurlijk in eerste instantie af van het type assessment dat je doet. Veelal duurt een interview ongeveer een uur en komen onderstaande zaken aan bod: Korte kennismaking (2 minuten). Toelichting aanleiding interview (3 minuten). Werkervaring tot en met huidige functie (10 minuten). Motivatie met betrekking tot geambieerde functie (15 minuten). Competentiegericht deel , sterk en minder goed ontwikkelde competenties (10 minuten), Vrije tijd en privéleven (8 minuten). Afsluiting (2 minuten). Let wel, dit is slechts een indicatie. Elke psycholoog heeft weer een eigen stijl.

Welke interviewtechnieken gebruikt de psycholoog?
Adviseurs hebben hun eigen voorkeuren om te bepalen in hoeverre iemand geschikt is. Afhankelijk van het doel van het assessment zal de interviewer verschillende technieken gebruiken die variëren van zeer gestructureerd tot geheel vrij. Verreweg de meest gebruikte techniek is de STAR- methode. Deze methode wordt met name gebruikt voor functiegerichte assessments. STAR staat voor Situatie, Taak, Actie en Resultaat. Met situationele technieken word je geconfronteerd met denkbeeldige situaties. De kern is hoe je daar dan op zou reageren. Confronterende technieken worden met name ingezet om informatie in te winnen over iemands veerkracht (stressbestendigheid). Deze techniek kan bot overkomen. Denk je echt dat je geschikt bent voor deze functie? Non- directieve technieken worden met name ingezet wanneer de psycholoog nieuwsgierig is naar waar een kandidaat zelf mee komt. Het vrij kunnen praten is dan enigszins bedrieglijk want er worden wel degelijk conclusies verbonden als je lang gaat uitweiden over irrelevante zaken. Bedenk dus goed bij open vragen wat je van jezelf wil laten zien.

Welk non- verbaal gedrag ziet een psycholoog?
Ondanks dat de onderzoeken verschillen valt altijd op hoeveel waarde er wordt gehecht aan iemands non- verbale communicatie. De waarden verschillen van 50 % tot wel 90 %. Wat de exacte waarde ook moge zijn, het is erg belangrijk je hiervan bewust te zijn. Wanneer verbaal en non-verbaal niet coherent zijn, dan krijgt de non-verbale component het meeste gewicht. Denk bijvoorbeeld aan een kandidaat die met trillende handen zegt dat ze zich volkomen ontspannen voelt. Oogcontact is erg belangrijk, omdat het in korte tijd voor een vertrouwensband zorgt. Kijk de interviewer om de zoveel tijd een paar seconden aan. Lach en knik op de juiste momenten, maar doseer het wel. Teveel lachen en lachen op ongepaste momenten werkt tegen je. Lach bijvoorbeeld wanneer de interviewer het zelf doet. Stemgeluid dient helder te zijn en niet te hard of te zacht. Naar voren leunen maakt duidelijk dat je betrokken en geïnteresseerd bent. Naar achteren leunen kan arrogant en te relaxed overkomen. Richt je volledige aandacht op het gesprek. Hou je handen rustig. Het kan helpen om wat aantekeningen te maken als je weet dat je handen onrustig gaan bewegen tijdens een interview. Zet je voeten recht op de grond neer en ga niet wiebelen. Maak contact met de grond. Neem jezelf een paar keer op met een videocamera. Mensen denken vaak dat ze weten hoe ze overkomen, maar de werkelijkheid is vaak confronterend.

Hoe maak je een goede eerste indruk?
Het cliché dat er maar één mogelijkheid is voor een eerste indruk is bij een assessment zeker waar. In slechts korte tijd (ook voor de psycholoog) dient een oordeel te worden gevormd over jouw geschiktheid voor een bepaalde functie. Zet dus alles op alles om een goede indruk achter te laten. Een eerste stap in dit proces is het zogenaamde strategische zelfinzicht. Weet jij wel hoe je op andere overkomt? Ben jij je bewust van het gedrag dat je vertoont en de effecten van jouw gedrag? Hoe gedraag jij je wanneer je gespannen bent? Hoe beter je weet hoe je op anderen overkomt des te beter is deze eerste indruk te sturen. Vraag aan familie, vrienden, studiegenoten om je kernachtig te beschrijven. Komt dit overeen met hoe jij bent? Vraag vervolgens aan iemand die je net ontmoet hebt, bijvoorbeeld op een borrel, wat voor eigenschappen hij/zij aan op basis van zijn/haar indruk aan jou zou toekennen. Evalueer deze informatie en bedenk je dat je de psycholoog moet helpen om in korte tijd een indruk te krijgen. Al na de eerste seconden vormen mensen een eerste indruk. De sterkte van de handdruk, maar ook de zwaarte van de stem worden gekoppeld aan betrouwbaarheid en zelfvertrouwen. Uit vele onderzoeken wordt duidelijk dat succesvolle sollicitanten vaker voluit lachen, meer expressie op hun gezicht tonen, minder vaak fronsen en vaker knikken. Er is dus sprake van een ontspannen en open houding. Het vermijden van oogcontact en het onrustig bewegen van handen zorgt juist voor een grotere kans op afwijzing. Let wel, het gaat om balans. Lachen op ongepaste momenten werkt natuurlijk averechts. Overeenstemming tussen verbaal en non-verbaal (lichaamstaal) gedrag zorgt voor de grootste impact en de sterkste indruk. Ondanks dat onderzoeken hierover verschillen, valt altijd op dat minder dan 10% van de eerste indruk bepaald wordt door wat je zegt. De overige 90% is dus jouw lichaamstaal (houding, stemgebruik, oogopslag, kleding, haardracht, basisuitdrukking etc.). Om een goede eerste indruk te maken dien je dus veel meer tijd te besteden aan de 90% lichaamstaal. Werk aan de klik met de interviewer. Slijmen gaat te ver, maar je verkoopt jezelf dus gebruik maken van je charme en humor is essentieel. Zorg voor een verzorgde verschijning (adem, kapsel, kleding etc.). Pas je kleding aan op de functie waarop je solliciteert, maar bedenk wel dat te formeel minder storend is dan te informeel. Je laat met formele kleding zien dat je de sollicitatie serieus neemt. Loop en zit rechtop. Het voordeel van een goede houding is dat het ook doorwerkt op je emoties. Dus door gebogen te lopen en je klein te maken, ga je je ook klein voelen. Door een juiste houding groeit je zelfvertrouwen en adem je vrijer, waardoor je zenuwen afnemen. Zorg voor een open houding. Gesloten armen komen defensief over alsof je iets te verbergen hebt. Wanneer je belt met het assessmentbureau, dan begint jouw eerste indruk daar al. Verwoord helder waarvoor je belt en wanneer je een voicemail inspreekt doe dit dan correct en duidelijk. Deze informatie komt hoogstwaarschijnlijk niet bij de betreffende psycholoog, maar beter te achterdochtig dan te nonchalant. Wees jezelf en probeer niet compleet anders over te komen dan je bent. Gedrag dat te ver van je normale gedragsrepertoire ligt komt niet sterk over. Het kost veelal ook teveel energie, omdat je erover moet nadenken.

Welke fouten kunnen interviewers maken?
Psychologen zijn ook maar mensen en mensen kunnen soms fouten maken. Ondanks dat ze getraind zijn om beoordelingsbiases (biases zijn neigingen tot vooroordelen) te voorkomen, blijkt dat in de praktijk nog best lastig. Door kennis te nemen van deze fouten, kun je als kandidaat je beter voorbereiden. Het primacy effect heeft te maken met de eerste indruk die je van iemand krijgt. Binnen zeer korte tijd is deze eerste indruk gevormd en latere informatie wordt amper meer bij het proces van oordeelsvorming betrokken. Kortom, zorg dat je een goede eerste indruk maakt, want veel van de eerste indruk blijft hangen. Halo- en horneffect zijn gerelateerd aan het primacy effect, alleen gaat het er nu ook om dat een bepaald positief kenmerk (stralende lach) of een bepaald negatief kenmerk (slechte hygiëne) geëxtrapoleerd wordt naar andere kenmerken. Als je bijvoorbeeld zeer netjes en beleefd bent dan zul je ook wel betrouwbaar zijn in de ogen van de interviewer. Contrasteffect. Aan deze beoordelingsfout kun je zelf niets doen, want het heeft te maken met kandidaten die voor jou kwamen. Werden er drie uitzonderlijk slechte en ongemotiveerde kandidaten voor jou geïnterviewd dan val je in positieve zin op, als je gemiddeld geschikt wordt bevonden. Het contrast met eerdere kandidaten is dus bepalend voor de beoordeling. Het omgekeerde kan natuurlijk ook van toepassing zijn. Bij de negatieve informatiebias weegt negatieve informatie zwaarder mee in het eindoordeel dan positieve informatie. Bij negatieve informatie kun je denken aan het vermoeden dat er gelogen wordt of, iets minder zwaar, dat er sprake is van overdadig impression management. Liegen is uit den boze, maar je huid duur verkopen niet. Presenteer jezelf op een overtuigend positieve wijze. Similarity effect treedt op als een interviewer gebruik maakt van zijn of haar impliciete voorkeuren. Wanneer je als kandidaat lijkt op de interviewer dan is er kans op deze beoordelingsfout. Stereotypering speelt bij iedereen een rol bij het vormen van indrukken en dus ook bij interviewers. De hockeydame is rijk, enigszins bekakt en goed gekleed. Stereotypering maakt de wereld overzichtelijk en is verleidelijk om toe te passen. Help de interviewer dus als bij jou een bepaald stereotype dominant is, maar in jouw ogen niet terecht.

Waar moet je in elk geval rekening mee houden bij het interview?
Zoals bij elk assessment onderdeel is de kern een goede voorbereiding. Bij het interview is dat niet anders. Helaas wordt het interview nogal eens onderschat en denken verbaal vaardige kandidaten dat ze zich er wel makkelijk uit praten. Weet wat de functieeisen zijn en verzamel relevante informatie over het bedrijf en denk na hoe je impliciet kunt communiceren dat je geschikt bent. Denk na over goede voorbeelden, want standaard antwoorden werken tegen je. Maak een helder en compact curriculum vitae dat past bij de organisatie. Een cv voor een financiële instelling is strakker en zakelijker dan een cv voor een reclamebureau. Zorg voor een verzorgd uiterlijk. Ga naar de kapper, zorg voor een gestreken overhemd en geen afgetrapte schoenen. Beter iets te verzorgd dan steken laten vallen. Ook hier hangt het weer af van de organisatie waar je wilt gaan werken. Geef een korte stevige handdruk die droog is. Gebruik desnoods speciaal poeder om geen kleffe hand te geven of doe een zakdoek in de zak van je pantalon. Ga niet zo maar zitten als jou geen plek is toegewezen, maar vraag of het goed is als je op eenbepaalde plek gaat zitten. Zorg voor een open en actieve lichaamshouding, hierdoor oog je zelfverzekerd en nieuwsgierig. Articuleer duidelijk en spreek niet te zacht. Mompelen en zacht praten kan gezien worden als een teken van onzekerheid. Hanteer het KISS- principe bij je antwoorden. Keep it short and simple. Lange uitweidingen doen meestal geen goed. Oogcontact zorgt ervoor dat je een band opbouwt met de interviewer en dat je verhaal meer verwerkt wordt. Dit betekent niet dat je niet even weg kunt kijken om na te denken. Een ontspannen manier van oogcontact betekent dat je de interviewer het grootste deel van de tijd aankijkt en met regelmaat knippert. Als je geprovoceerd wordt door de interviewer, ga hier dan verstandig op in. Een assertieve beleefde manier verdient de voorkeur. Humor kan ervoor zorgen dat je een prettige indruk achterlaat. Het lastige is dat mensen verschillen in hun gevoel voor humor. Dus pas je humor wel aan de situatie aan. Geen platte moppen, maar spitsvondige of relativerende opmerkingen kunnen vaak wel.