Wat is een capaciteitentest?

Een capaciteitentest is een tijdgebonden test met meerkeuzevragen waarvan er maar één antwoord juist is. Je score wordt vergeleken met een normgroep om een individuele uitspraak te kunnen doen. Dus ten opzichte van de representatieve normgroep scoor je ondergemiddeld, gemiddeld of bovengemiddeld. Dit is vaak het onderdeel van het selectieassessment waarop streng wordt geselecteerd en waar kandidaten het meest zenuwachtig voor zijn. Voor bepaalde posities geldt dat je om door te mogen minimaal een academisch werk –en denkniveau moet hebben volgens de capaciteitentest. Gelukkig kun je de verschillende onderdelen van zo'n capaciteiten test gewoon oefenen, om zo meer zelfvertrouwen te kweken en je score te verbeteren.

Capaciteitentesten

Wat wordt er precies getest?

Een capaciteitentest bestaat uit verschillende typen opgaven, veelal zijn ze onder te verdelen in de domeinen numeriek, abstract en verbaal. Opgaven met cijfers behoren tot het numerieke intelligentiedomein. Opgaven met figuren behoren tot het abstracte intelligentiedomein. Opgaven die talig van aard zijn behoren tot het verbale intelligentiedomein. Bovenstaande opgaven worden in bijna elk assessment (95% opgenomen).

Numerieke intelligentiedomein

Deze testen hebben als doel jouw numeriek inzicht en (hoofd)rekenvermogen te testen. Er zijn verschillende numerieke testen, variërend van het oplossen van hoofdrekensommen, het oplossen van sommen in verhaaltjes, tot werken met tabellen en cijferreeksen.



Veelgebruikte numerieke testen zijn:

• Cijferreeksen

• Numeriek inzicht

• Rekenen

• Redactiesommen

Abstracte 

intelligentiedomein

Deze testen focussen op het abstracte redeneringsvermogen en logisch redeneren. Er zijn verschillende abstracte testen, variëren van het kiezen van een volgende figuur in een reeks tot het vinden van het missend figuur in een matrix. 




Veelgebruikte abstracte testen zijn:

• Figuurreeksen

• Figuren

• Matrices 

Verbale
intelligentiedomein

Deze testen focussen op het verbale redeneringsvermogen en het logisch redeneren met betrekking tot taal. Er zijn verschillende verbale testen, elk met een ander testdoel. Dit kan variëren van spelling en taalgebruik, het zien van verbanden tussen woorden of zinnen, tot het interpreteren en analyseren van stukken tekst.


Veelgebruikte verbale testen zijn:

• Verbaal redeneren

• Woordbeeld

• Taalgebruik

• Watson-Glaser

• Syllogismen

• Analogieën

• Diagrammen

Capaciteitentesten

Hoe los ik zo'n test goed op?

Aangezien het om meerkeuzevragen gaat kun je op verschillende manieren tot je antwoord komen.

Working-backward strategie. Door naar de gegeven antwoordalternatieven te kijken ga je terug redeneren om na te gaan welk antwoord goed is.

Working-forward strategie. Hiermee probeer je zonder de alternatieven te bekijken tot een antwoord te komen en kijk je of dit antwoord tussen de alternatieven staat.


Voor relatief eenvoudige opgaven (cijferreeksen en figurenreeksen) kun je in eerste instantie gebruik maken van een working-forward strategie. Worden de opgaven moeilijker, zoals bij dubbele analogieën, dan val je vaak terug op de working-backward strategie. De beste manier is om zoveel mogelijk bekend te raken met de drie intelligentiedomeinen en de opgaven die daarbij horen. Deze bekendheid betekent dat je principes van opgaven sneller doorziet en sneller tot het goede antwoord kan komen. Belangrijk is om ook altijd te bekijken hoeveel tijd je hebt en uit hoeveel opgaven de test bestaat. 


Gokken? Ja, vaak loont het om wel te gokken. Ondanks dat er wel tests zijn waar gecorrigeerd wordt voor gokken, gebeurt dit bij de meeste tests niet. Het is immers niet makkelijk vast te stellen of iets een gok is en bovendien is het te verdedigen dat elk antwoord een gok is, met een bepaalde zekerheid. Gok niet alle opgaven aan het eind van de test, maar probeer 3 of 4 met een 'educated guess' op te lossen. Denk dan bijvoorbeeld aan het snel wegstrepen van foute antwoorden, zodat je gok al wat meer richting heeft.

Capaciteitentesten

Tegenvallende score...wat nu?

Er kunnen verschillende verklaringen zijn voor een lage score. De allerbelangrijkste reden is vaak onvoldoende voorbereiding. Het niet goede lezen van de instructie. Door spanning en snel willen beginnen wordt de instructie niet gelezen, maar snel geïnterpreteerd. "Ik dacht dat ik maar één figuur hoefde aan te geven en niet twee". 


Lage stressbestendigheid en faalangst kunnen zorgen voor een lagere score. Stress zorgt voor een vernauwde blik en je ziet letterlijk minder dan wanneer je ontspannen bent. 


Te lang blijven hangen bij een bepaalde opgave kan ook een reden zijn voor een lage score. Je wil om de oplossing te vinden resulteert in te veel tijd besteden aan één opgave waardoor je weinig opgaven kunt beantwoorden en een lagere kans hebt op een goede score. 


Ook kan het zijn dat je teveel twijfelt over jouw gegeven antwoorden. Een goed antwoord wordt nog eens nagelopen waardoor je veel tijd verliest aan een opgave die je al goed had beantwoord.