Direct online oefenen! Meer dan 2500 opgaven! Gratis Proeftesten!
Direct oefenen

Page content

Figuren

Abstracte testen maken bijna altijd deel uit van je assessment. Het zijn klassiekers, die als voordeel hebben dat taalachterstanden niet uitmaken. Ook al zal jij in je werk geen figuren opgaven hoeven op te lossen, het vermogen dat gemeten wordt is voor veel functies relevant. Het scheiden van hoofd- en bijzaken is immers voor vele functies belangrijk.

Het aantal figuren waaruit een figuren opgave bestaat, kan verschillen. De volgende voorbeeldopgaven bestaan uit tien figuren. De eerste vier figuren zijn allen in een bepaald opzicht gelijk (de opgavefiguren), en twee van de onderste zes figuren (de antwoordalternatieven) passen bij de bovenste vier figuren. Ze hebben dan dus één of meerdere gemeenschappelijkheden.

Kijk eens naar voorbeeld 1 hieronder. De bovenste vier figuren zijn allen vierkant. Van de onderste zes figuren zijn alleen (a) en (f) ook vierkant. Dat het vierkanten betreft is dan ook de gemeenschappelijkheid bij deze opgave. Je zou kunnen zeggen dat de vorm van de figuren hier de oplossing geeft. Probeer ook de voorbeelden 2 en 3 te maken. Kijk eerst naar de bovenste vier figuren. Ga na in welk opzicht ze gelijk zijn en probeer dan de TWEE andere figuren te vinden uit de onderste zes figuren.

Assessment figuren

Assessment figuren

Uitleg voorbeeld 2

De bovenste vier figuren zijn allemaal op dezelfde wijze gearceerd. Dit is ook het geval voor (b) en (e). De overige figuren zijn donkerder dan de bovenste vier figuren.

Uitleg voorbeeld 3

De bovenste vier figuren bestaan allemaal uit een ronde/ovale vorm waarbij een recht lijnstuk de cirkel/het ovaal schampt. Het lijnstuk snijdt de cirkel/het ovaal dus niet. Bij (c) en (f) is dat ook het geval. Dat zijn dan ook de correcte antwoorden.

Tips voor figuren opgaven

Zoals je ziet kan de gemeenschappelijkheid van de opgaven middels zeer verschillende kenmerken zichtbaar worden. Je zult merken dat er met een beetje creativiteit veel gemeenschappelijkheden te bedenken zijn. Een goede oefening is dan ook om zelf een figurenopgave te maken. Onderstaand enkele kenmerken die belangrijk zijn om te bekijken bij figurenopgaven zodat je snel de juiste antwoorden kunt selecteren. Wanneer je te veel keuzes hebt, dan weet je dat dit niet het unieke kenmerk is want er blijven dan maar twee antwoordalternatieven over. Bekijk onderstaande kenmerken goed, om getraind te raken in de verschillende gemeenschappelijkheden.

  • Vormen lenen zich bij uitstek voor een gemeenschappelijkheid.
  • Onderlinge verhouding. Zijn lijnstukken parallel aan elkaar of kruisen ze elkaar juist?
  • Aantal figuren/lijnstukken/elementen.
  • Dominantie. Sommige figuren gaan over de andere waardoor het minder dominante figuur onzichtbaar wordt.
  • Gesloten en open figuren. Waar zit de opening bij open figuren?
  • Kleuren en arcering. Is het werkelijk gelijk aan elkaar of lijkt dat maar zo?
  • Even en oneven, bijvoorbeeld de punten van een ster.
  • Lengte van figuren.
  • Plaats in de ruimte (dus het vierkant). Allemaal in het midden of juist rechtsboven?
  • Hoeken van figuren. Bevatten ze juist wel of juist niet een rechte hoek (90 graden)?
  • Sommige complexe figuren worden alleen maar een aantal graden gedraaid, maar zijn nog exact hetzelfde. Kijk goed naar unieke kenmerken van complexe figuren.
  • Doorgetrokken of onderbroken lijnen.
  • Afmetingen. Grote of kleine figuren.
  • Rechte, scherpe of stompe hoeken.
  • Wel of geen rondingen in de figuren.

Een belangrijke fout die je bij deze test kan maken is het op zoek gaan naar een bepaalde beweging of volgordelijkheid. Bij een cijferreeks gaat het wel om die volgordelijkheid, maar bij dit type opgave gaat het om een bepaalde gemeenschappelijkheid. Uitdaging is om door de bomen het bos te blijven zien. Door bekend te raken met bovenstaande mogelijkheden voor gemeenschappelijkheden ben je minder gevoelig voor ruis en misleidende figuurtjes die nietszeggend zijn. Kijkend naar gemeenschappelijkheden, dan zie je bij onderstaande opgave het volgende bij de vier gegeven vierkanten:

  • 1. Een vijfpuntige ster, qua vorm en kleur hetzelfde
  • 2. Een vijfpuntige ster, qua grootte verschillend
  • 3. Een vijfpuntige ster, op verschillende locaties
  • 4. Elke ster heeft twee lijnstukjes in het vierkant staan
  • 5. Elke ster heeft twee even lange lijnstukjes in het vierkant staan
  • 6. Elke ster heeft lijnstukjes die evenwijdig aan elkaar zijn (ze kruisen nooit)
  • 7. De twee lijnstukjes raken of kruisen de ster altijd

De bovenstaande observaties leiden tot twee correcte antwoorden en doordat je de regels helder voor ogen hebt, kun je ook goed beargumenteren waarom andere opties niet juist zijn.

  • Antwoordalternatief A is niet juist, omdat het niet voldoet aan gemeenschappelijkheden 5 en 7.
  • Antwoordalternatief B is niet juist omdat het niet voldoet aan gemeenschappelijkheid 7.
  • Antwoordalternatief C is niet juist omdat het niet voldoet aan gemeenschappelijkheid 7.
  • Antwoordalternatief D is niet juist omdat het niet voldoet aan gemeenschappelijkheid 5.

E en F zijn de correcte alternatieven gekeken naar wat de figuren gemeenschappelijk hebben. Je ziet dat de testconstructeur nog heel veel mogelijkheden heeft om andere opgaven te maken, bijvoorbeeld door met de vorm van de ster te variëren.

Oefening baart kunst!

Het is erg belangrijk om te oefenen voor een capaciteitentest. Wanneer je niet oefent kan je score lager uitvallen en dit verlaagt vaak jouw kans op het krijgen van die felbegeerde baan! Door te oefenen kun je opgaven sneller en efficiënter oplossen, waardoor jouw score omhoog gaat.

Ga direct aan de slag met oefeningen voor figuren en vele andere subtesten op:
 https://oya-training.nl/inloggen/