Direct online oefenen! Meer dan 2500 opgaven! Gratis Proeftesten!
Direct oefenen

Page content

Taalgebruik

De taalgebruik subtest heeft als doel te meten hoe goed je bent in het ontdekken van fouten in zinnen. Een taalgebruik opgave ziet er vaak als volgt uit:

De bovenstaande zin is onjuist, omdat munteenheden met een kleine letter worden geschreven. In deze zin had dus ‘euro’ moeten staan.

Gezien taalgebruik een breed gebied is, kunnen fouten zich op verschillende manieren in de opgaven verschuilen. Wees je bewust van deze verschillende manieren, schrijf ze bijvoorbeeld op een briefje en maak voor jezelf een strategie naar welke je het eerst kijkt, welke daarna etc. wanneer je een zin taalgebruik opgave maakt.

  • Spelling algemeen
    In een zin die verder grammaticaal helemaal klopt, kan zo een spellingsfout verborgen zitten. Heeft een woord wat aan elkaar geschreven moet worden opeens een spatie ertussen? Heeft een woord in meervoud een F erin terwijl het met een V moet worden geschreven? Mist ergens een trema of een verbindend streepje? Houd bij de taalgebruik opgaven je ogen open voor kleine spellingsfouten in een anders kloppende zin.
  • Werkwoordspelling
    Moet er bij een bepaald werkwoord d, t, dt, tt, of dd worden gebruikt? Wordt het werkwoord op een speciale manier vervoegd? Moet er een extra klinker worden toegevoegd? Ook in de spelling van werkwoorden kunnen bij taalgebruik opgaven kleine fouten zitten. Denk hierbij terug aan de werkwoordenregels die je op school hebt geleerd, zoals ’t kofschip en hoe sterke/zwakke werkwoorden worden gespeld en vervoegd.
  • Zinsbouw/-stijl
    Schrijf je in een bepaalde zin doordat of omdat? Print je een document uit, of draai je het uit? Is een huis van hen of van hun? Ook in zinsopbouw en –stijl kunnen fouten zitten en ook hier moet je weer vertrouwen op de regeltjes die je van school hebt meegekregen. Onderschat je intuïtie echter niet! Probeer de zin in je hoofd voor te lezen. Klinkt de zin raar? Dan zit er hoogstwaarschijnlijk een fout in de zinsopbouw.
  • Woordenschat
    Kun je zeggen dat iets op een fictief punt mis gaat, of past het woord cruciaal hier beter? Worden moeilijke of ongebruikelijke woorden wel op de goede manier gebruikt? Sta bij taalgebruik opgaven ook stil bij de betekenis van de woorden in de zin. Graaf goed in jouw eigen woordenschat kennis om er achter te komen of een zin ook klopt qua betekenis, of dat hij alleen mooi klinkt maar nergens op slaat.
  • Uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes
    Wat de boer niet kent dat lust hij niet. Klopt dat wel? Ga er bij taalgebruik opgaven nooit vanuit dat een gezegde of spreekwoord wel moet kloppen, omdat hij in die bepaalde zin wordt gebruikt. Graaf ook hier weer in je eigen kennis van uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes. Herhaal het gezegde eens een paar keer in jezelf. Heb je het ooit gehoord? Wordt het op die manier gebruikt? Of klopt er iets niet en zijn er bijvoorbeeld twee gezegdes samengevoegd tot iets wat mooi klinkt, maar geen kloppende betekenis meer heeft.

Oefening baart kunst!

Het is erg belangrijk om te oefenen voor een capaciteitentest. Wanneer je niet oefent kan je score lager uitvallen en dit verlaagt vaak jouw kans op het krijgen van die felbegeerde baan! Door te oefenen kun je opgaven sneller en efficiënter oplossen, waardoor jouw score omhoog gaat.

Ga direct aan de slag met oefeningen voor taalgebruik en vele andere subtesten op:
 https://oya-training.nl/inloggen/